| Vaarwel volkstuin |
|
Het waren zeven mooie jaren. Of acht, daar wil ik van af wezen. Veel geleerd, daar in onze volkstuin in Driemond. En er zit een theaterstuk in. Maar eerst dragen we komende zaterdag de tuin over aan de nieuwe bewoners van Kraanvogel 20. Een prachtig huisje inclusief keukentje, slaapkamer, douche en wc, plus een tuin van 200 vierkante meter. En dat net buiten de stad, op 40 minuten fietsen van Amsterdam, of een kwartiertje met de auto. Wat wil je nog meer? Nou, wij wilden dat wel. En de roseetjes smaakten goed op het terras in de zon. Heerlijk rommelen in de tuin, boekje lezen, koken met zelfgekweekte groenten en 's avonds knus inslapen met het geluid van kikkers op de achtergrond. Maar wat een werk, zo'n tuin. Schoffelen, maaien, wieden, zaaien, snoeien. En het onkruid blijft maar groeien. Heb je net het gras gemaaid, blijkt het houten huisje alweer aan een verfbeurt toe. Of staat het schuurtje half op instorten. Een werkkamp, zo noemde onze buurman Theo het volkstuinleven liefkozend. Je kunt natuurlijk net doen of je het niet ziet, al dat onkruid. Deed Jan Wolkers ook. Hij had jarenlang een volkstuin in Amsterdam en bombardeerde ongewenste gewassen als zevenblad of berenklauw gewoon tot mooie, exotische planten. Die nog eetbaar zijn ook, in het geval van zevenblad. Maar in Driemond kan dat niet, dan krijg je een boete van het bestuur. Het is voer voor theater, zo'n volkstuin. De conflicten liggen namelijk voor het oprapen, met de oude tuindersgarde versus de nieuwe instroom van jonge mensen, alleenstaande moeders en kunstenaars. Het is eigenlijk een van de laatste communistische bolwerken die er bestaan, met de gezamenlijke werkplichten op zaterdag en de nadruk op het geheel in plaats van het eigen ikje. Het wordt tijd om ons werkkampje gedag te zeggen. Om ons vervolgens ongegeneerd over te geven aan hedonistische citytrips naar New York, Londen en Parijs. Als we later groot zijn nemen we toch weer een tuin, maar dan aan ons ruime, grote huis vast. Een gieter, een hark en drie paar rubber laarzen hebben we dan alvast. Maar goed, dat volkstuintheater. Onderstaande tekst schreef ik voor een theatervoorstelling over de volkstuin, wie weet komt dat er nog een keer van. Het is een monoloog voor een nogal bazig, volks type. Een bestuurderstype van de volkstuin, laten we maar zeggen. Die een groep tuinders toespreekt, bijeengekomen in het Trefpunt, de sociale ontmoetingsplaats van de tuin. Goedenavond. Hebben jullie het gezien, op Sperwer 7? Jonge aanplant! Een vrouwtje alleen. Ze doet aan oncologisch tuinieren. Met onkruid. Vindt ze mooi, brandnetels. Nou dan weet je het wel. Alles overwoekert. Schoffelen ho maar. Het komt niet in haar hoofd. Dus al het onkruid waait over. Naar andere tuinders. Nette tuinders, zoals wij. Dit soort leden kennen hun rechten wel, maar hun plichten niet. Als er geschoffeld moet worden zijn ze ziek, zwak of misselijk of geen tijd. Maar wel met een roseetje op het terras. Je moet toch samen de schouders eronder. Voor ’t algemene nut. Maar dat kennen die nieuwe mensen niet. Het zijn allemaal eigenheimers. Het is ze al zo vaak medegedeeld. Het is naar dat we dit behoeven te doen. Maar het schip vaart waar het niet gaan kan. Iedereen heeft zo zijn sociale plichten. Zaterdagmiddag gaat het gebeuren. In het Trefpunt. Eén vingertopje. Als boete voor dat vrouwtje. Gewoon met de heggenschaar. Knip! We kunnen niet anders. We staan op onze rug tegen de muur. Dus: ik zou zeggen allemaal: mondje dicht en tot zaterdag. Op deze manier houden we het voor alle tuinders werkzaam Goedenavond! |
Reacties
Zo in de lente mis ik het tuintje soms wel. Maar dan vooral de ontluikende bloemen en de rust... Niet zozeer het 'werkkamp'. En op een terrasje in de stad is het ook zeer goed toeven!
'We staan op onze rug tegen de muur' is bedoeld als jargon van de volkstuinbestuu rder, die de uitdrukkingen wel zo ongeveer kent, maar niet helemaal. Het Volkstuintheate r is er trouwens nog niet van gekomen.
Maar wie weet.
Groeten, Elsbeth
Wij hebben gelachen om uw beschrijving. We wilden vandaag eens in dat tuincomplex wat wandelen, maar dat mag ook al niet!
Hoe gemakkelijk zou een bepaalde toegankelijke korte wandelroute voor bezoekers kunnen geweest zijn!
Enfin wij hadden ooit ook zo'n lapje grond. Niet eens een huisje daarop. Later zelfs tussen flats in Amsterdam, met een zeer streng bestuur. Water moest je zelf in gieters uit de flat (3 hoog, trappen) halen! (Misschien wat aanvullende stof voor uw theaterstuk?)
Enfin, eigenlijke reden waarom ik u mail is:
Is de door u gebruikte uitdrukking "We staan op onze rug tegen de muur" een vergissing, of werkte u vroeger bij het circus en hoorde dit bij de act, of legde u deze verkeerde zin expres in de mond van de fictieve bestuurder?
Daarnet gebruikte ik 998 tekens en dat was te lang! Dus snel: Het beste zonder tuin!
Groeten, Henk & Mies