| Subsidierealisme |
|
'Subsidierealisme bij podiumkunsten', zo kopte NRC vorige week. Het aantal aanvragen bij de fondsen is met een kwart gedaald, en dan nog wordt het een 'moordende concurrentie' om de centen tussen de podiuminstellingen.
De slachting in de subsidies voor kunst en cultuur hebben in ieder geval een nieuw woord opgeleverd: 'Subsidierealisme'. In het crisisjaar 2012 kan dit woord worden bijgeschreven in de Dikke van Dale, samen met nieuwkomers als 'veelpleger', 'camerafoon' en 'seksrel'.
Voor mij bestond 'subsidierealisme' al voor de bezuinigingen. Gezien de inspanningen die het kostte om plannen voor een nieuw theaterproject concreet op papier te zetten. Om daarna te ervaren dat dit slechts een magere buit aan fondsen opleverde.
Nu het 'realisme' de kunsten definitief lijkt over te nemen, ga ik steeds meer verlangen naar onpeilbare, onhaalbare, fantasievolle en megalomane kunstprojecten. Niks: "Ja, maar is dit wel haalbaar?" Of: "Marketingtechnisch zul je toch eerst moeten kijken of er wel publiek is voor wat je wilt maken". Nee: Kunst met een grote K, omdat het moet, omdat het leven erdoor wordt verrijkt, omdat het vragen oproept, omdat het prikkelt, omdat het andere registers in de mens aanspreekt behalve: "Is dit wel realistisch?"
Als Dali zich ooit had afgevraagd of iemand op zijn beelden en schilderijen zat te wachten, waren ze er nooit gekomen. Hij ging ze gewoon maken. En dat heet 'surrealisme', wat ik wel weer een mooie term vind. Leve het surrealisme, de magie en de verbeelding! N.B: Vandaag zag ik nog twee interessante nieuwe woorden in de krant staan: 'bangalijstje' (een lijst die op middelbare scholen bijgehouden schijnt te worden met daarop een top tien van de 'meest welwillige' scholieres) en 'munttheemoeders'.
|