| Parooltheatertje |
Altijd als je het Parooltheater binnenkomt, is het nóg kleiner dan je dacht.
![]() In een piepklein steegje zit een piepklein deurtje. Als je dat deurtje opendoet sta je in een pietepeuterig halletje. Een stap naar rechts en je staat in het mini-techniek hokje, tevens het barretje waar mini-flesjes bier worden verkocht. Kijk je naar voren, dan overzie je meteen het hele ruimtetje. Rechts de piepkleine piano, achterin het kleinste podium van de stad in een pietepeuterig lijstje. Alle kleine rommeltjes zijn keurig achter paneeldeurtjes weggewerkt, aan de muur piepkleine postertjes en schilderijtjes. Er zijn kleine wc-tjes, en er is een kleedkamertje waar je zittend op de wc-bril je make-up moet doen. Er passen precies dertig piepkleine klapstoeltjes in het voormalige poppentheatertje, voor publiek dat heel dicht tegen elkaar aan kruipt. Groot is daarentegen de man die het Parooltheatertje met veel passie en toewijding runt. Zijn naam is Frits Visser. Hij is letterlijk groot, want hij is lang en slank en komt bijna tot het plafond. Figuurlijk is hij groot, omdat hij het voor elkaar krijgt om met bescheiden steun van donateurs en van dagblad Het Parool in het centrum van Amsterdam een van de markantste theaterplekken levendig en actueel te houden. Hulde aan deze man, die moet opboksen tegen 'De Belg' die Het Parool onlangs heeft overgenomen. Een Belg die niet zo veel op heeft met dit unieke theatertje dat plaats biedt aan iedere artiest met een goed verhaal. Vooral niet zo lang dat van zijn budget af gaat. Als kabouter, eh... als artiest is het heel speciaal om in het Parooltheatertje te spelen. Gisteren speelden Paul Maassen en ik er de allereerste voorstelling van 'Deze en Genen speciaal' na de Dodenherdeking in een uitverkocht Parooltheater. Als we dan toch aan het herdenken en het herinneren zijn: Mag ik het Belgje er even aan herinneren dat dit theatertje, met die mooie lange Frits, voor de stad behouden moet blijven? Ik waarschuw maar vast: Deze plek heeft urgentie voor de stad, meneer. |