| Konijn |
|
Ik heb een konijn zonder ogen, dof en versleten zijn vacht. Alleen nog zijn oren zijn zacht. Hij heeft altijd in bed mee gemogen. ![]() Nu staat het konijn op een plank, naast de lelijke beer en de koe. Hij kijkt in mijn leven wat toe, zo blind als hij is, en zo mank. Eens kreeg het konijn, 't was in Spanje, een set nieuwe ogen van glas. Alsof hij zichzelf niet meer was. De ogen op steeltjes die prikten, meedogenloos dwars door zijn hoofd. Toen heb ik hem lenzen beloofd. |