| Schouderklopjes |
Complimenten naar aanleiding van de voorstelling ‘Gegijzeld' zijn fijn. Zoals deze: ‘Langs deze weg wil ik nog even zeggen dat we de voorstelling van afgelopen zaterdag meeslepend en bijzonder vonden...!' Maar er is een keerzijde.
![]() Zeker, je wilt een zo groot mogelijk publiek bereiken met je voorstellingen. En logisch: het voelt als een bevestiging voor wat je aan het doen bent als de mensen in de zaal het mooi vinden wat je maakt. Als je een staande ovatie krijgt (hoewel deze tegenwoordig behoorlijk aan inflatie onderhevig is) en als de mensen na afloop hun waardering uitspreken. Bovendien verkopen voorstellingen stukken beter als niet alleen het publiek geraakt is, maar als ook recensenten er lovend over schrijven. Die citaten kun je vervolgens als een soort ‘bewijs' weer prominent op je website zetten, waarvan akte. Even voor de lekker: ‘Met veel plezier en erg onder de indruk heb ik afgelopen zaterdag in theater Lux in Nijmegen Gegijzeld gezien. Boeiend werd voor mij het gevoel van onzichtbaarheid van een grote groep mensen vertaald in je voorstelling, soms heel breekbaar met mooie symboliek.' ‘Gisteravond was voor mij een avond van herinnnering/herkenning. Ik woonde in 1977 in de Schoolstraat in Bovensmilde en heb alles van dichtbij mee gemaakt. Heb met groot genoegen naar de voorstelling gekeken, mijn complimenten hoe jij de voorstelling met je collega's hebt gespeeld.' ‘Je hebt ons geraakt... Vanaf het begin werden we meegezogen in het verhaal en daarnaast was het gesprek met de gijzelnemer en de gijzelaar écht een toevoeging. Ik kreeg er koude rillingen van!! Chapeau!' Zo, dat was lekker zeg. Snuif, hijg, heerlijk. Maar complimenten zijn ook gevaarlijk. Als je je er naar gaat gedragen. Als ze als motor gaan dienen om in beweging te blijven. Dan ga je het publiek pleasen, door keer op keer voort te borduren op het succes. Er zijn artiesten die hier overigens heel briljant in zijn, zoals Youp van 't Hek, die altijd voor een uitverkochte zaal staat. Maar of je daar als mens en artiest nou zo van groeit?
Ik denk dat je als theatermaker moet maken wat je wilt maken, simpelweg omdat je daar een noodzaak toe voelt. Met alle obstakels van dien die je op je pad zult tegenkomen. Natuurlijk moet je een brug zien te slaan naar de programmeurs, de theaterdirecteuren en het publiek. Ook dat is een noodzaak in dit vak, tenzij je alleen tussen de schuifdeuren wilt spelen. Maar ook als deze partijen je werk in eerste instantie totaal niet zien zitten, moet je doorgaan. Ja ja mensen, we hebben het hier over kunst. Live kunst die elke avond weer anders uit kan pakken.
Voor mij schuilt het grootste schouderklopje dat je als theatermaker kunt krijgen vaak in de kleinste dingen. In het oude Molukse dametje dat na afloop van ‘Gegijzeld' naar muzikant Ruloff Manuputty toe schuifelde en zei: ‘Wat jullie hebben neergezet, zo was het precies op de Molukken!' Daar slaap ik goed op. We hebben iets kunnen raken in dat dametje waardoor ze op reis kon, in haar verbeelding, terug naar haar verloren land. Prachtig, maar de nacht daarop lig ik weer klaarwakker. Van al mijn nieuwe, maar opnieuw zeer onzekere, plannen.
|