| Jubelen |
Ik zit voor mijn huis-voor-een-week in Toscane en hoor de motormaaier van de buren. Het is een agressief soort maaiertje, dat zo te horen ook de randjes goed aanpakt en om de bomen heen het gras kortwiekt.
![]() Nu de maaier stil is, hoor ik wat ik echt wil horen. Namelijk niets. Wel geluiden, maar echte, authentieke geluiden. Alleen vogels die tsjilpen in de bomen. Bijen die brommen in de lavendelstruiken. Een hagedisje dat wegschiet in de bosjes. Een kikker in de vijver in het weiland. Een koor van zoemende insecten die geen vakantie hebben, zoals ik. En echt waar, ook een haan die kraait, vast om mijn Toscaanse hoorspel compleet te maken. Nu alleen nog voetstappen over een grindpad en het kan zo de radio op.
En ik ruik echte geuren. De heg van tijm (een struik die zo groot gegroeid is dat je heel Amsterdam er mee van geurig kruid kunt voorzien.) De zoete geur van lavendel. Rozemarijn, die nog lekkerder ruikt als je hem tussen je vingers fijnwrijft. Marjolein, saffraan, allemaal geuren die voor het grijpen liggen. Basilicum, zo vers te plukken uit de moestuin. (En ja, hij was lekker door de Orzo!)
Mijn zintuigen jubelen hier in Toscane. Niet van telefoons die afgaan, of piepjes van binnenkomende berichten op mijn computer. Niet van langsrazende auto's, of het moet de trekker zijn van de wijnboer verderop. Nee, het gejubel wordt veroorzaakt door echte geluiden, zoals geluiden bedoeld zijn. Door het omslaan van een pagina van een dik boek. En door ter zake doende vragen zoals: "ga je mee zwemmen?", of: "nog een wijntje?" |