| Tjeplok |
Tjeplok! Zei mijn vader. En hij deed voor hoe je een ei doormidden breekt en in de koekenpan laat glijden. "Een gebakken ei met een hele dooier", verduidelijkte hij nog.
Een spiegelei dus. En dat klonk in Nederlands-Indië als: tjeplok! Je hoort het sissen in de pan. En tjeplek tjeplok is het geluid van iemand die zich wast of met water spettert. Geweldig toch? (Dit klinkt ook ineens heel Indisch, toch?)
In het Nederlands kennen we het ook, een geluid nadoen met een woord. Onamatopee of klanknabootsing. De meest bekende is toch wel de koekoek. Gevolgd door zijn vrienden tjiftjaf, oehoe, grutto en kievit. Zo klinkt dat ongeveer in het Onomatopeeën-bos: Brul! Brulde de leeuw. Zo, dat is gezegd. Nu ga ik even naar het toilet om te klateren, knallen, knerpen en knetteren. En daarna stap ik in mijn broembroem om toet toet boink boink peppie en kokkie te gaan bezoeken. Snifsnif, hun wafwaf is voor de tsjoektsjoek gekomen! |
Reacties