| Kerstborrel |
Bij de bar zag ik ze staan. Met alle collega's rondom twee barkrukken vol blokjes kaas en worst.
De iets te dikke manager met zwierige lok. De betrouwbare medewerker met grijs haar en huisvestje. De kleine Surinaamse van de administratie. De ambitieuze in confectiepak. De blonde dame, net iets te zwaar, met trui tot over haar billen. En de jonge, succesvolle allochtoon, bezig met aanpassen. Uit dit losse zand bestond de kerstborrel. Gesprekken gingen over het werk, over welke collega's nog meer zouden komen. Over het kerstpakket, alweer net niet in de roos. Het huisvestje zag zijn kans schoon om met de blonde dame aan te pappen. De zwierige lok bestelde nog een biertje, en maakte op luide toon grappen tegen succesvolle allochtoon. Het Surinaamse meisje van de administratie stond dicht bij de hapjes, die in snel tempo in haar mond verdwenen. Toen kwam zij binnen, het meisje met de rode wangen. Ze nam de koude winterlucht mee van buiten. Het gezelschap leek even op te lichten toen zij haar jas uitdeed en blij het gezelschap begroette. Maar het duurde maar even. Zij ging mobiel bellen met het thuisfront, waar het ongetwijfeld veel warmer was. Iedereen boog zich weer plichtmatig over de blokjes kaas en worst. Nog even doorzetten, en dan begon de vakantie. |